Bemoeizucht van de GGD is mij al langer een doorn in het oog

Al vaker verbaasde ik mij over de bemoeizucht van de GGD, toen ik op verschillende leeftijden van mijn dochter uitgebreide vragenlijsten moest beantwoorden. Over het beoefenen van sport, het drinken van gezoete dranken en of ze vriendinnetjes had. Ik besloot al snel niet meer mee te doen met een dergelijke inmenging in onze persoonlijke levenssfeer. Niet alleen de vragenlijsten vulde ik niet meer in; ook meldde ik mij af van de controlebezoekjes waarnaar je jouw kind dient mee te nemen. Een goeie column van Afshin Ellian op Elsevier.nl vandaag over de controlezucht van de GGD. 

Nou vind ik het wel an sich een goed idee om ouders van kinderen met overgewicht te wijzen op de gevaren van snoepen en ongezond eten en ouders van wie de kinderen niet sporten te wijzen op het belang van lichaamsbeweging en het ontwikkelen van spelgevoel. Want onbegrijpelijk vind ik het dat kinderen zoveel snoepen en dat ik kinderen ken die niet op een sportclub zitten. Het vriendinnetje met overgewicht dat ooit meeging naar het sportclubje van mijn dochter, kreeg van haar moeder onmiddellijk daarna en daardoor vlak voor het avondeten een KitKat in haar hand gedrukt. En ik ken meerdere kinderen die geen andere sport beoefenen dan het fietstochtje naar school, maar wel geacht worden zich na school urenlang te concentreren op hun huiswerk. Ik geef het je te doen.

Ik merk te weinig effect van overheidsingrijpen op dergelijke maatschappelijke ontwikkelingen. Wellicht is er meer nodig dan alleen maar de vragenlijsten en consultaties van de GGD. Maar als je daarmee nog verder de persoonlijke levenssfeer van mensen betreedt, dan zeg ik subiet nee. Ik vind het een dilemma. Een zoeken naar een balans tussen het betrekken van het sociale systeem (van supermarkten tot scholen, GGD, gemeente en naschoolse opvang) bij vragen rondom overgewicht, bewegen en gezondheid en tegelijkertijd oog hebben voor de eigen verantwoordelijkheid van mensen en hun recht op het invullen van hun leven zoals het hun goeddunkt. Al maken sommigen er een potje van.

Het zoeken naar een balans betekent ook het bepalen van grenzen: wat mag de overheid eigenlijk? Vragen naar het seksuele gedrag van 13-jarigen, vind ik grensoverschrijdend gedrag en zonder meer verwerpelijk. De bedoeling is vast goed: voorkomen van SOA’s en tienerzwangerschappen. Maar aan dergelijke impertinente vragen stel ik mijn dochter niet bloot. As zij die leeftijd heeft, is dat wederom een reden om haar bij een volgende oproep thuis te houden. Misschien denkt zij daar zelf wel anders over. Toch eens aan haar vragen.