+31 6 2155 7174 info@ellenkleverlaan.nl

Blogs Ellen

Over denkfouten en complotten

‘Zoals iedereen wel weet …’ of ‘Het is natuurlijk algemeen bekend …’: je hoort het politici wel zeggen. Ik kom het ook nog wel eens tegen als begin van een essay (student) of blog (klant).

Wat gaat hier niet goed? Hier is sprake van een drogreden, een foutief argument. Voor drogreden mag je ook denkfout lezen. Denkfouten en drogredenen verschillen wel, maar dat laat ik voor nu buiten beschouwing.

In dit voorbeeld probeert de spreker zijn publiek ervan te overtuigen dat je wat volgt toch echt moet weten. Sterker: dat er geen twijfel over mogelijk is. Waag het niet, zegt diegene ermee, om er tegenin te gaan. Iedereen wéét dit immers.

Er is een naam voor drogredenen als deze, namelijk: het ontduiken van de bewijslast. De spreker is waarschijnlijk helemaal niet zo zeker van zijn zaak. Daarom doet hij alsof jíj het moet weten.

Je hoort ‘m vaker. Ook bij een andere categorie mensen, naast bovenstaande: de complotdenker. Die bedient zich van vele drogredenen.

Feiten en feiten

Je hoort wel dat je complotdenkers moet bestrijden door beter uit te leggen waarom dat complot er niet is. Dat je de complotdenker moet uitleggen dat hij zich baseert op feiten die geen feiten zijn. Dat je de ander kunt overtuigen met argumenten. Denkfouten zijn de reden dat ik denk dat dat niet werkt.

Mensen volharden namelijk des te meer in hun standpunt als jij ze met redelijke argumenten en feiten om de oren slaat. Neem de denkfout confirmation bias: mensen zijn niet op zoek naar argumenten die hun hypothese weerleggen, maar naar bevestiging ervan.

Dat is een groot verschil met het adagium in de wetenschap, dat je iedere hypothese die je opstelt niet slechts bevestigt maar juist probeert te weerleggen. Ofwel Karl Poppers falsificatieprincipe.

“Je hoort wel dat je complotdenkers moet bestrijden door beter uit te leggen waarom dat complot er niet is. Denkfouten zijn de reden dat ik denk dat dat niet werkt.

De complotdenker vindt zichzelf juist kritisch en de wetenschap niet. Maar het is andersom: de wetenschap is intrinsiek kritisch op het eigen onderzoek. De complotdenker wil de eigen theorie(ën!) telkens opnieuw bevestigen.

En kijk eens naar de cognitievedissonantiereductie, een andere denkfout: je wilt het onaangename gevoel reduceren dat ontstaat als jouw wereldbeeld niet overeenstemt met nieuwe feiten, waarmee je geconfronteerd wordt. Daardoor staan mensen niet open voor voortschrijdend inzicht maar houden zichzelf liever voor de gek, zodat hun gedrag overeenstemt met hun opvattingen.

Ook dat zien we bij de complotdenker gebeuren. Die vertelt zichzelf liever een leugentje zodat zijn complottheorie en wereldbeeld overeind blijven.

Iedereen is onredelijk en irrationeel

Wie nu denkt dat deze denkfouten alleen door complotdenkers worden gemaakt, heeft het mis. We zijn geen van allen alleen maar die redelijke en rationele wezens waarvoor we onszelf houden. Niemand niet, ook niet jij en ik.

Ik betrap mijzelf ook wel eens op een denkfout, net als de meeste mensen zich er wel eens aan bezondigen. Niet iedereen heeft het zelf door, overigens, wat de discussie niet makkelijker maakt.

Maar een denkfout begaan, dat maakt je dan ook nog geenszins een complotdenker.

Een complot gedijt bij een geheel stelsel aan irrationele gedachten en denkfouten. De complotdenker is meestal niet zo vatbaar voor feiten of logica, hanteert eigen ‘feiten’ en logica.

Ik denk overigens wel dat het zin heeft om bij denkfouten de ander een spiegel voor te houden. Dat de redenering ergens spaak loopt. Niet dat de ander je meteen gelooft, maar het zet iemand wellicht aan het denken over de eigen premissen. Het kan ook zijn dat ik hierin te optimistisch ben.

Norah Jones Free (2007 - 2022)

2 april 2022

Het was november 2015. We hadden al een paar maanden Norah over de vloer omdat vriendin Michelle op reis was.

Ik twijfelde, toen Michelle vroeg of Norah permanent bij ons kon blijven vanwege de onverenigbaarheid van karakters met de andere katten in hun huis. Eigenlijk liep ik al een tijdje rond met het idee een Britse Korthaar te adopteren. Op datzelfde moment was er de aanslag in discotheek Bataclan in Parijs en ik zag mijzelf zoals je jezelf soms kunt zien: de wereld stond in brand, ik kreeg Norah in de schoot geworpen, maar ik wilde eigenlijk een esthetisch verantwoorde kat.

Niet dat ik Norah niet mooi vond, integendeel. Maine Coons zijn imposant, sterk, net een lynx in miniformaat. Bovendien was Norah vanaf het begin, naast temperamentvol, ook nog eens heel aanhankelijk en een schootkat. Ze was nogal specifiek in waar ze aangeraakt mocht worden en waar niet en raakte je onnadenkend haar buikje aan, dan kon ze flink uithalen. Ik was enorm gelukkig met Norah in ons leven. Zij was waar ik was: aan het werk op mijn bureau, op de bank voor de televisie. En vooral: in de keuken, rondjes lopend om het keukeneiland van ongeduld en trek als ze doorhad dat ik een blikje openmaakte, onderwijl knorrend als een biggetje.

Ze ving een tijdlang libellen, elastiekjes en vooral heel veel muizen, die ze voor ons als een presentje neerlegde, liefst naast het bed. Na een nachtelijke strooptocht vonden we er soms wel drie. Vogels waren evenmin veilig. Met die grote, zwarte in haar bekkie (zie foto) heb ik haar niet binnengelaten maar heel snel de schuifdeur dichtgedaan. Ik heb wel enorm gelachen toen, zoals ik zo vaak onbedaarlijk om haar moest lachen.

 Op wat geblaf (Bommel) en gesis (Norah) nu en dan na, tolereerden ze elkaar in dezelfde ruimte

Toen Bas met Bommel in ons leven verscheen, was dat niet meteen gemakkelijk. Bommel en Norah waren er sowieso de types niet naar om met een ander dier in hetzelfde huis te existeren. Maar ook daarin ontstond weer evenwicht en op wat geblaf (Bommel) en gesis (Norah) nu en dan na, tolereerden ze elkaar in dezelfde ruimte en zeker op de Hellingstraat woonden we met z’n vieren beneden en niet langer op verschillende verdiepingen. Doordat Bas en ik bovendien een beetje afwijkend dag- en nachtritme hebben, was Norah voortaan bijna 24/7 verzekerd van liefde en aandacht.

Bommel had al vaker medische klachten en was in hondenjaren ook wat ouder dan Norah en haar kattenjaren. Dat we eerder afscheid zouden nemen van Norah kwam niet in ons op tot januari van dit jaar. Een tumor in haar onderkaak betekende dat het een kwestie van weken, misschien zelfs dagen zou zijn. Dat het toch nog tot 31 maart zou duren, heeft ze ons blijkbaar gegund. We hebben daardoor goed en intens afscheid van haar kunnen nemen.

Ook Norah deed de laatste twee maanden in de overtreffende trap waar zij altijd al goed in was: schransen

Picasso begon aan het einde van zijn leven te schilderen als een bezetene, meer dan iedere andere periode in zijn leven. Zolang hij zou schilderen, was hij de dood te slim af. Ook Norah deed de laatste twee maanden in de overtreffende trap waar zij altijd al goed in was: schransen. Ze at de laatste weken drie soms vier blikjes per dag. Toegegeven: van die blikjes waar je als mens zelf nog een hap van zou durven nemen. Desondanks viel ze af en de laatste week begon ze steeds zachter te knorren onder onze aanrakingen en zagen we haar zich in zichzelf terugtrekken.

Bas omarmde haar (dankjewel lieve man) toen de dierenarts haar een eerste prikje gaf, en ik omarmde hen. Ze was vrijwel meteen in diepe slaap, ze was eraan toe. En nu is ze weg. Wat ons rest is het gevoel dat het goed is, zo. Een mooier einde is nauwelijks denkbaar. Er is ook het gemis, nu al, zelfs Bommel is uit zijn doen en loopt door het huis te speuren naar waar ze toch is. Maar dat soort dingen slijt. Wat niet zal slijten, zijn de mooie herinneringen. Dankjewel lieve Noor, dat je een tijdje in ons leven was.

 

 

 

 

Met een boek op een boot

Waarom je als journalist meer moet weten van AI

Al een tijdje schrijf ik over data, algoritmen en Artificiële Intelligentie (AI) in en voor de gezondheidszorg. Bijvoorbeeld over algoritmen die, beter dan de dokter dat kan, kunnen voorspellen welke behandeling de meeste kans van slagen heeft, voor bepaalde tumoren, door het dna van de tumor en het dna van gezonde cellen te vergelijken met duizenden vergelijkbare dna-profielen.

Voor een mens tamelijk onbegonnen werk, zo’n database doorploegen, maar voor machine learning een koud kunstje. Het is slechts een voorbeeld van de groeiende berg aan beslissingsondersteuning in de zorg.

Friese wateren

Dat AI ook voor mijn eigen werk de nodige voordelen biedt, dat vermoedde ik wel, maar ik wist niet goed waar te beginnen. Tijdens een week op de Friese wateren las ik daarom The Art of AI van Laurens Vreekamp, voormalig Teaching Fellow bij Google. De kracht van dit boek is dat het zowel een praktische handleiding is voor wat AI je als journalist nu al kan brengen, als ook de ethische implicaties van AI uitlegt.

Bijvoorbeeld hoe het zit met datasets die eigenlijk altijd een bepaalde bias hebben of de schade die AI kan toebrengen aan gemarginaliseerde groepen die tegelijkertijd onevenredig weinig invloed op het ontwikkelproces hebben. Vaak onbedoeld maar ook onwenselijk, en daardoor niet minder fnuikend. Niet voor niks zegt wiskundige Cathy O’Neill daarover in haar bekende Ted-talk: ‘Algoritms are opinions embedded in code’.

Ethiek

Dat is meteen ook een belangrijke reden dat ik zo graag het vak Ethiek voor mediamakers geef aan de Hogeschool van Amsterdam. Omdat het mijn hartstochtelijke overtuiging is dat iedere mediamaker moet weten hoe het zit met algoritmen, data en AI.

Met Big Tech in een leidende rol in de wereld van nu, heeft ieder mens al te maken met AI, vaak zonder dat je het doorhebt. Als mediamaker moet je goed weten waarbij je vraagtekens moet hebben en hoe je bijvoorbeeld omgaat met die vooroordelen in datasets en oneerlijke algoritmen waarover ik het net had.

Je moet als mediamaker ook doorzien hoe iedereen beïnvloed wordt door algoritmen van social media. Denken dat leven in een democratie er wel voor zorgt dat ook Big Tech aan democratische controle is onderworpen, is als een struisvogel je kop diep in het zand steken.

Weten welke keuzes

Je verantwoordelijkheid nemen als mediamaker in werken en leven met AI-toepassingen, weten welke keuzen bijvoorbeeld zijn gemaakt rondom de dataset en in het ontwikkelen van het machinelearningmodel, is dan ook essentieel voor een AI waarin aandacht is voor privacy, bias, veiligheid en transparantie.

The Art of AI is een fijn boek om te lezen. Geen zware kost waar je op vakantie geen zin in hebt, juist omdat het zo praktisch is en je laat zien hoe je nu, meteen, kunt beginnen met zelf toepassen en je hoe dan ook zal aanspreken als je werkt in de media. Laat je verrassen, lees dus dat boek en ga ermee aan de slag.

Misschien goed om nog te benoemen: AI maakt niet jouw werk overbodig en ook niet het werk van de dokter. De beslissing welke behandeling voor een bepaalde tumor meest geschikt is, neemt nog steeds de dokter. AI neemt taken over die het sneller, efficiënter, met minder fouten maar meer creativiteit doet (ja, dat schreeuwt om toelichting maar die staat ook in het boek) dan wij mensen dat kunnen. That’s it. Voorlopig.

Fantastische ondersteuning

Voor de mediamaker geldt iets dergelijks. Het analyseren van (heel) grote databestanden, bepaalde productieprocessen optimaliseren, het ondersteunen van creatieve processen en het verbeteren van interactie met het publiek: daarvoor biedt AI nu al fantastische ondersteuning.

Maar het journalistieke handwerk: waarom drukt deze zin het beste uit wat ik wil zeggen over een kwestie die ik heb onderzocht, dat zullen journalisten voorlopig zelf het beste kunnen. En dat is fijn, want ik ben voorlopig nog niet uitgeschreven.

#AI #ArtificiëleIntelligentie #Data #Ethiek #journalistiek #mediamaker

Boekcover The Art of AI

Amsterdam – juli 2022

Schrijven met de snedigheid van Loesje

Voor mij zit een licht-gefrustreerde klant. Alweer jaren werkt hij als therapeut, maar hij heeft een verleden als journalist. Hij schreef zelfs al eens een boek met een andere journalist. Toch wil het bloggen niet vlotten. De co-schrijver van zijn boek schudt ze moeiteloos uit haar mouw, die blogs, en bij hem is het hangen en wurgen. “Als het haar zo gemakkelijk afgaat”, roept hij uit, “waarom lukt het mij dan niet?”

Wie een schildercursus volgt, zegt waarschijnlijk niet snel na vier lessen te willen kunnen schilderen als Rembrandt. Iedereen erkent Rembrandts talent en dus stellen we een realistisch ambitieniveau. Maar waar het aankomt op goed leren schrijven, ontbreekt vaak genoeg dat inzicht. Regelmatig krijg ik de vraag om te leren schrijven met de snedigheid van het kaliber Loesje en met het gemak en de frequentie van een wekelijkse columnist. In een paar weken, alsof het alleen maar een trucje is. Alsof de humor op straat ligt.

“Elk uiterlijk is mooier dan een pestkop – Loesje 

In mijn trainingen vergelijk ik het vaak met podiumbeesten: van die sprekers die ogenschijnlijk zonder moeite het podium pakken en een speech zo uit hun mouw lijken te schudden. Maar geloof mij: mensen die op het podium geboren worden, zijn er bijzonder weinig. Voor de meeste stervelingen is het gewoon keihard oefenen, thuis voor de spiegel, voordat het gemak ervan afstraalt.

Iets dergelijks geldt de perfecte blog. Bijna iedereen kan het leren, vermits je bereid bent tot oefenen en feedback krijgen. Mijn licht-gefrustreerde klant moest er ook aan: hij ging oefenen en nam mijn feedback serieus. Zo leer je taal te hanteren als instrument en te spelen met woorden, cadans in zinnen te brengen en woorden te schrappen tot de essentie overblijft.

En ja: leren om grappen te maken, timing zien of voelen, spanning breken als het erop aankomt. De humor ligt namelijk wél op straat. Je moet ‘m alleen leren zien en nog even oprapen, op het juiste moment, en er een talige draai aan geven. Meters maken kortom, gewoon heel veel doen, en het lukt de meeste mensen. Net als mijn klant.

Amsterdam – eerste versie: 2017, licht herschreven tot deze tweede versie: augustus 2022

John Cleese over creativiteit en wat we daaruit kunnen leren

Recent bezochten we John Cleese in Carré. Fan ben ik al veel langer. Cleese, een man die de lach aan zijn kont heeft hangen, een über-creatief. Zo iemand die ogenschijnlijk weinig moeite hoeft te doen om grappig en creatief te zijn. Cleese heeft onderzocht wat creativiteit eigenlijk is en er de nodige relativerende woorden aan gewijd. ‘John Cleese on creativity’ staat met nog andere filmpjes over dit onderwerp op YouTube en er is een boekje van hem over dit onderwerp. De filmpjes zijn al oud, het boekje is van recentere datum. Het interessante is dat Cleese creativiteit niet zo zeer een gave acht waarmee je geboren moet zijn, maar vooral een vaardigheid, waarvoor je de voorwaarden moet scheppen.

Fawlty Towers

Zijn recept? Stel grenzen aan ruimte en tijd en zorg ervoor dat je daarbinnen niet gestoord wordt. Zorg ervoor, met andere woorden, dat je een afgesloten ruimte betrekt – grenzen aan ruimte kortom, waarin je afspreekt niet gestoord te mogen worden. En zorg ervoor dat je grenzen stelt aan tijd: je reserveert een afgebakende hoeveelheid tijd waarvoor dat ‘niet storen’ geldt. Denk: een vergaderzaaltje, waar je, tussen 10 en 12, ik zeg maar wat, niet gestoord mag worden. Ervaar dan hoe de creativiteit gaat stromen.De afspraak begint met jezelf, maar je maakt ‘m ook met de mensen om je heen. Of het nou kinderen of collega’s zijn.

En ik denk aan mensen in mijn schrijftrainingen, die mij vertellen dat ze straks met de kids een hele week in een vakantiehuisje zitten. De kids vermaken zichzelf, dat wordt lekker schrijven, een hele week. Waarop ik denk, nee weet, dat wordt helemaal niets met dat schrijven. Ogenschijnlijk onbeperkte tijd en overduidelijk geen grenzen aan ruimte leiden tot een overvloed aan grote en kleine afleidingen die het schrijven in de weg zullen zitten.

Wie goed wil leren schrijven doet dan ook als Cleese en plant iedere week tijd in, al is het een uur, waarin je ongestoord aan het schrijven slaat. Schrijven tot de zinnen zich na al dat oefenen als vanzelf aaneenrijgen tot een vloeiend geheel. Heb je behoefte aan feedback, dan bel je mij. Maar de voorwaarden scheppen voor jouw creatieve proces: die handschoen moet je zelf oppakken.

Amsterdam, eerste versie: 2017, herschreven tot deze tweede versie: augustus 2022

 

Misverstanden over doelgroepen – deel II

Klant X vindt het maar lastig dat hij zijn doelgroep moet versmallen. Hij begrijpt mijn boodschap wel (zie vorige blog) dat je met een kleinere doelgroep een scherpere boodschap krijgt, maar hij is toch bang dat hij te weinig mensen zal aanspreken met zijn inmiddels loeistrakke boodschap. Liever houdt hij het wat algemener.

Hij benadrukt dat zijn boek over timemanagement toch heel geschikt is voor veel meer mensen dan de doelgroep ‘mannen en vrouwen, tussen 30 en 45, die werk en zorgtaken combineren’.

Een doelgroep die we samen hebben bepaald op basis van een analyse van de marktontwikkelingen en van zijn eigen dienstverlening. Maar nu we met die doelgroep werken aan zijn strategie, komt hij terug op zijn eerdere standpunt dat ook mensen aan het begin van hun carrière en mensen die het juist wat rustiger aan willen gaan doen, veel baat zullen hebben van zijn boek en aanpalende dienstverlening.

Dat gaat helemaal goed komen, houd ik hem voor.

Mijn klanten willen er niet altijd aan: dat je door een kleinere doelgroep te kiezen voor je product of dienst, juist meer mensen zult aantrekken. Doordat je vanuit je expertise, maar ook door een marktanalyse te doen, een veel betere maar ook scherpere boodschap over je product of dienst zult genereren, een die bijdraagt aan jouw status als expert.

Met een algemene boodschap gericht op de grootste gemene deler, raak je mij als individu niet en ook al die andere individuen niet. Maar je profileert je dan ook een stuk minder als expert. Algemene waarheden debiteren, kan iedereen wel immers. Ik kies voor een dienstverlener die zich positioneert als expert. Iemand die goed is in zijn vak en dat laat blijken door heel gericht over dat vak te communiceren.

Anders gezegd: als ik een lekkage heb in het kruipruim onder mijn huis, dan vraag ik daarvoor niet de klusjesman op de hoek. Dan vraag ik daarvoor de loodgieter die is gespecialiseerd in kruipruimtes van huizen van zo’n 40 jaar oud.

Ik wil daarvoor niet iemand die ‘alles wel zo’n beetje kan’. Nee, ik wil een gespecialiseerd vakmens, een expert op een bepaald gebied, die weet welke materialen en werkwijzen passen bij de klus.

Mijn klant besluit na mijn uitleg dat hij mijn expertise nodig heeft. Hij besluit te luisteren naar de specialist.

Voor nu.

Amsterdam, begin 2020

Doe eens gek en versmal je doelgroep – deel I (Uit de serie Misverstanden over doelgroepen)

“Mijn boek zou eigenlijk iedereen moeten lezen.”

“Mijn product is geschikt voor iedere vrouw/man.”

“Mijn dienstverlening helpt iedereen, van jong tot oud.”

In mijn trainingen is er altijd minimaal één deelnemer die een van de bovenstaande uitspraken doet of een variatie daarop. Ik reageer daarop ook altijd met een vraag: hoeveel boeken/producten/diensten heb je tot nu toe verkocht? En stiekem weet ik al hoe het antwoord luidt: de verkoop is niet om over naar huis te schrijven.

Alles hebben ze dan al geprobeerd om hun boek/product/dienst aan de mens te brengen. Aan mij de taak om met hen een andere strategie te bedenken om de verkoop aan te zwengelen.

Laten we eens beginnen, zeg ik dan, om jouw doelgroep zo klein mogelijk maar nog steeds relevant te maken.

Een van de grootste misverstanden over het bepalen van je doelgroep is deze: een zo groot mogelijke doelgroep kiezen zodat zoveel mogelijk mensen in jouw product of dienst geïnteresseerd zullen zijn. Het misverstand zit ‘m in de gevolgtrekking. De waarheid is: hoe groter je doelgroep, des te kleiner zal het aantal individuen uit je doelgroep zijn dat interesse heeft voor je product.

Dat zit zo. Als je een te grote doelgroep bepaalt, wordt je boodschap ongericht. Het moet immers de grootste gemene deler van al die individuen in jouw heel grote doelgroep aanspreken. En wat delen al die individuen? Grote kans dat het een generieke eigenschap is of een soort basisbehoefte of algemeen geldende ervaring.

Zie daar maar eens een pakkende, scherpe boodschap voor te bedenken waarmee je al die mensen aanspreekt zonder anderen van je te vervreemden. Dat gaat niet. Het wordt dus een heel algemene boodschap, die mij als individu niet raakt. Daarvoor ben ik te verschillend van jou en jij van mij en van al die anderen.

Kies je daarentegen een niche als doelgroep, een kleine doch relevante groep mensen, dan is een veel krachtiger boodschap mogelijk. (Op dat ‘relevant’ kom ik terug in een andere blog)

Weet je wat er dan gebeurt? Door die krachtige boodschap trek je bijna vanzelf de juiste klant aan. Zelfs mensen die buiten de door jou bepaalde niche vielen.

Misverstand twee is namelijk dat je, als je je op een niche richt, alleen maar aantrekkelijk zou zijn voor de mensen in jouw kleine doelgroep. Het omgekeerde is het geval: bepaal je niche, versterk daardoor je boodschap en spreek daarmee vervolgens veel meer mensen (= potentiële klanten) aan. Probeer het eens en laat me vooral weten als ik ongelijk heb.

Amsterdam, begin 2020